De belastingvrije reiskostenvergoeding in 2026 blijft gelijk op 23 cent per kilometer, ondanks de stijgende brandstofprijzen. Werkgevers kunnen ervoor kiezen om een hogere vergoeding te geven, maar deze wordt wel belast.
Hoger bedrag per kilometer
Je mag als werkgever een hoger bedrag per kilometer geven, maar die extra verhoging is belast en daarover moet je loonheffing betalen.
Het komt er dan in feite op neer dat de extra vergoeding niet naar je werknemer gaat, maar naar de fiscus.
Geen verhoging ondanks stijgende kosten
Hoewel de kosten van brandstof, onderhoud en andere gerelateerde vervoerskosten in de loop der jaren zijn gestegen, heeft de overheid ervoor gekozen de belastingvrije reiskostenvergoeding niet te verhogen. Dit betekent dat de belastingvrije vergoeding de komende jaren niet zal meegroeien met de inflatie of de toename van brandstofprijzen. Dit kan voor veel werknemers en ondernemers een teleurstelling zijn, omdat de reiskosten steeds zwaarder kunnen drukken op hun budget.
Toepassing voor werknemers en ondernemers
De regeling geldt zowel voor werknemers als ondernemers die gebruik maken van hun eigen vervoermiddel. Voor werknemers betekent dit dat hun werkgever de belastingvrije vergoeding van 23 cent per kilometer kan uitkeren voor het woon-werkverkeer, maar ook voor zakelijke ritten die met het privévoertuig worden gemaakt. Ondernemers kunnen de vergoeding toepassen voor ritten die ze maken in het kader van hun bedrijf.
Eigen vervoer
Eigen vervoer verwijst naar vervoer waarbij iemand zelf een voertuig bezit en gebruikt voor het reizen van de ene naar de andere locatie, in plaats van gebruik te maken van openbaar vervoer of van vervoer dat door een werkgever of een andere instantie wordt geregeld.
Het kan verschillende vormen van transport omvatten, zoals:
Auto: Het meest voorkomende voorbeeld van eigen vervoer. Dit kan een privéauto zijn die je zelf bezit of leaset.
Fiets: Ook de fiets wordt vaak als eigen vervoer beschouwd, vooral als het gaat om korte afstanden, zoals woon-werkverkeer.
Motorfiets: Net als de auto wordt ook een motorfiets als eigen vervoer beschouwd.
Bromfiets/scooter: Als iemand een bromfiets of scooter bezit en daarmee reist, valt dit ook onder eigen vervoer.
Camper of bestelbus: Wanneer iemand een camper of bestelbus voor privédoeleinden gebruikt, wordt dit eveneens als eigen vervoer gezien.