Deze vraag horen werkgevers aan het begin van het jaar vaak. In het nieuwe jaar ziet de loonstrook er voor veel mensen anders uit. Dat komt doordat er zaken veranderen in de belastingen of premies die worden geheven vanaf januari 2020. Daardoor kan ook het nettosalaris iets veranderen. Uit berekeningen van het ministerie van SZW blijkt dat werknemers door de bank genomen dankzij die veranderingen dit jaar meer overhouden in hun portemonnee.
Dit is nog los van de salarisverhogingen die zij vanaf januari krijgen vanuit de CAO.

Eenmalige uitkering van 2,3 procent
In artikel 6.8 van onze CAO staat dat de werknemer met een arbeidsovereenkomst in december 2019 ontvangt in januari 2020 een eenmalige uitkering ter hoogte van 2,3% van het verdiende loon bij zijn werkgever over de periode van 1 juli 2019 t/m 31 december 2019.

CAO loonsverhoging van 2,3 procent vanaf 1 januari 2020
Met ingang van 2020, zo staat te lezen in artikel 6.5, stijgen de schaalbedragen van de loonschalen jaarlijks op 1 januari. De loonsverhoging is voor 2020 vastgesteld op 2,3%.
Voor de werknemer waarvan het loon hoger is dan de van toepassing zijnde loonschaal voor zijn functie geldt dat de loonsverhoging slechts wordt doorberekend over het deel van zijn loon dat valt binnen de van toepassing zijnde loonschaal voor zijn functie. De verhoging van de lonen geldt niet voor werknemers tot 21 jaar en werknemers vanaf 21 jaar in Groep I.
U kunt de volledige tekst van de CAO als pdf nalezen.

Minister Koolmees is positief
Werknemers houden meer over van hun brutosalaris doordat de algemene heffingskorting en de arbeidskorting omhoog gaan. Mensen met een modaal inkomen ontvangen daardoor naar verwachting bijna 2% meer inkomen dan in de maand daarvoor. Werkenden met een inkomen boven modaal hebben daarnaast profijt van de overgang naar een tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting. Het kabinet wil het zo meer lonend maken om aan het werk te gaan of om meer te gaan werken. Met name mensen met een modaal inkomen (ongeveer € 35.000 bruto per jaar) profiteren daarvan. Dit schrijft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in een brief aan de Tweede Kamer.

Stijgt de koopkracht daadwerkelijk?
Hoeveel mensen daadwerkelijk kunnen aanschaffen, wordt niet alleen bepaald door het nettoloon dat zij ontvangen. De toeslagen die zij eventueel ontvangen en het prijsniveau bepalen uiteindelijk mede hoeveel mensen kunnen besteden. Uit ramingen van het CPB, blijkt dat de koopkracht van huishoudens in 2020 in doorsnee met 2,1% stijgt ten opzichte van vorig jaar.